De naam Hannah More (1745-1833) komen we tegen onder de personen met wie John Newton correspondeerde. Zij was een godsdienstige vrouw die de grote leerstukken van het christelijke geloof voor haar rekening nam. Opgegroeid in een gematigd hoogkerkelijk milieu was het voor haar vanzelfsprekend dat wie gedoopt was, deelnam aan het avondmaal en ernst maakte met godsdienstige plichten deelhad aan de zaligheid.
Als getalenteerde dichteres en toneelschrijfster was Hannah More toen ze nog maar net dertig jaar was, het neusje van de zalm voor literair Londen. Samuel Johnson (1709-1784) werkte met haar samen aan het schrijven van verzen en David Garrick (1716-1779), een van de grootste Shakespeare-acteurs uit de theatergeschiedenis, was haar mentor en toegewijde mecenas. More wordt als de belangrijkste Engelse auteur gezien uit de tijd van de romantiek. Financieel was zij succesvoller dan sir Walter Scott.
In het jaar 1787 voltrok zich een wending in haar leven, mede door het lezen van Cardiphonia van John Newton. Zij ging haar geestelijk voedsel zoeken bij de evangelicals in de Kerk van Engeland. Zoals Newton bekend is om zijn vele contacten en vriendschappen, gold dit ook voor More. Zowel voor als na de wending in haar leven had zij met tal van personen contact. Na haar bekering werd zij een brugfiguur tussen hoge geestelijken in Kerk van Engeland en evangelicals.
De Amerikaan Kevin Belmonte schreef een biografie over haar. Deze biografie geeft de lezer een fascinerend inzicht in het leven en geloof van de 18e-eeuwse bestsellerauteur, pedagoog en abolitionist. Als het gaat om het laatste steunde zij de parlementariër William Wilberforce op allerlei manieren in zijn strijd om de slavenhandel en vervolgens de slavernij als zodanig af te schaffen in het Britse rijk. C.S. Lewis zei van haar en andere evangelicals dat zij juist doordat zij op de eeuwigheid waren gericht, in de tijd zoveel hebben betekend. Naast haar bijdrage aan de strijd tegen de slavernij moet worden genoemd dat zij samen met haar zusters scholen stichtte voor kinderen uit arme milieus van wie de ouders geen opleiding konden betalen.
More wist dat geestelijk leven niet zonder vormen kan. Dan dacht zij aan Bijbellezen, gebed en kerkgang. Zij kon over die zaken spreken als brandstof. Echter, zo wist zij, de Heilige Geest is nodig om deze brandstof vlam te doen vatten en te laten branden. De titel die Belmonte aan zijn biografie gaf, The Sacred Flame (De heilige/geheiligde vlam), is op dit beeld gebaseerd.
De boeken van More werden in allerlei lagen van de bevolking gelezen. Men vond ze ook in de huizen van de hoge adel. Met meerdere leden van de hoge adel was More persoonlijk bevriend. Ook in de Verenigde Staten van Amerika vonden haar werken gretig aftrek, ondanks het feit dat zij afwijzend had gestaan tegenover het streven naar onafhankelijkheid. Presidenten hebben haar werken gelezen.
John C. Colquhoun (1803-1870) heeft een bezoek aan More, toen haar levenseinde naderde, weergegeven in zijn boek William Wilberforce: His Friends and His Times. Zij zei toen onder andere: ‘Bid voor mij; ik kan de troost en sterkte niet beschrijven die ik vind in deze woorden: “Ik weet mijn Verlosser leeft”. Niet ik geloof, ik hoop, maar ik weet. Wat een vertrouwen. Ik leef in de Psalmen. “De hemelen vertellen Gods eer”. Hoe lief heb ik die Psalm. Ik heb een lang leven gehad. Ik zou een nuttiger leven geleefd kunnen hebben, maar ik heb een genadige Zaligmaker; en Zijn vrede is in mijn hart. Ik voel Zijn tegenwoordigheid bij mij.’
Kevin Belmonte, The Sacred Flame: A Biography of Hannah More (Fearn: Christian Focus Publications, 2024), paperback 304 pp., £11,99 (ISBN 9781527111608)