Een mooi, grondig en toegankelijk commentaar op Micha

Inleiding

De profeet Micha leefde in de achtste eeuw vóór Chr. en was een tijdgenoot van Jesaja. Vooral om de woorden uit Micha 5:1 is hij bij menig Bijbellezer bekend. Op tal van kerstvieringen werden de woor-den opgezegd: ‘En gij, Bethlehem Efratha! zijt gij klein om te wezen onder de duizenden van Juda? Uit u zal Mij voortkomen, Die een Heerser zal zijn in Israël, en Wiens uitgangen zijn van ouds, van de dagen der eeuwigheid.’

Jason. R. Soensken die sinds 2005 als hoogleraar theologie aan de Concordia University Wisconsin waar hij cursussen Hebreeuws, Grieks, Latijn en de Bijbel geeft, schreef in de Concordia Commentary serie het deel op Micha. Aan de eigenlijke uitleg gaat een inleiding van 47 pagina’s vooraf. Alleen de inleiding maakt deze commentaar al bijzonder waardevol.

*

Verantwoording van de gegeven benadering

De auteur begint met een verantwoording van zijn benadering. Helemaal in de lijn van de Schriftuitleg van de Reformatie noemt hij dat zowel filologie als theologie zijn belangstelling hebben. Heel terecht keert hij zich tegen de zienswijze van de historisch-kritische benadering waarbij exegese en dogmatiek helemaal van elkaar worden losgemaakt. Iedereen leest de Schrift vanuit een bepaald kader. De vraag is of het gebruikte kader recht doet aan de aard en het zelfgetuigenis van de Schrift.

In overeenstemming met de wijze waarop de kerk der eeuwen de Schrift heeft gelezen, is Soensken ervan overtuigd dat de tekst van de Schrift ook een leerstellige inhoud heeft. Theologische reflectie op de tekst is daarom niet vreemd aan de tekst, maar daar wordt door de tekst zelf om gevraagd. God heeft de Bijbel immers gegeven opdat wij Hem leren kennen en liefkrijgen.

De auteur wijst er vanuit zijn achtergrond op dat de interactie tussen exegese en dogmatiek niet speci-fiek lutheraans is. Wij vanuit onze achtergrond zouden zeggen niet specifiek hervormd of gerefor-meerd. Ze is klassiek christelijk. Ze hangt samen met de overtuiging dat de Schrift de stem is van de levende God en dat echte uitleg nooit zonder toepassing kan. De juiste christelijke leer is ontleend aan de Heilige Schrift en omgekeerd reguleert de regel van het geloof de juiste exegese.

Soensken wijst erop dat hij in zijn uitleg niet alleen zijn winst heeft gedaan in de dialoog met eigen-tijdse commentatoren, maar ook met de Schriftuitleg van de Kerk der eeuwen. Terecht wijst hij erop dat het beginsel van de Reformatie sola scriptura niet betekent dat wij de Bijbel zonder hulp van anderen willen lezen. Wel dat de Schrift de uiteindelijke bron en norm van ons geloof is.

De auteur is bepaald niet blind voor het gevaar een te groot respect kunnen hebben voor exegeti­sche tradities. Het gebeurt meer dan eens dat de boodschap die wordt weergegeven wel Bijbels is, maar het is onjuist die af te leiden uit de tekst of passage waarvan uitleg wordt geboden.

*

Houding ten opzichte van de masoretische tekst

Als het gaat om de tekst van Micha neemt Soensken welbewust een zeer conservatief standpunt in. Als er een verschil is tussen de consonantentekst en de vocalisatie van de masoreten, volgt hij veelal de masoreten. Voor hen die Hebreeuws kennen niet de qĕtiv maar de qĕrē. Hij brengt naar voren dat de Septuaginta in het vertalen van de Hebreeuwse tekst van Micha sterk parafraserend is. Dat is een reden om zeer terughoudend te zijn om tegen de Hebreeuwse consonantentekst de Septuaginta te volgen.

Tweemaal volgt hij de oude tekstgetuigen. In Micha 3:3 is dat de Septuaginta. In plaats van ‘als in een pot’ leest hij ‘als vlees in een pot.’ In Micha 5:5 volgt hij een lezing die in Aquila voorkomt, in een Grieks manuscript dat in Nachal Chever is gevonden en in de Vulgata. Daarom vertaalt hij niet ‘in de ingangen daarvan’ maar ‘met getrokken zwaarden.’ We vinden deze vertaling ook in de HSV. In beide gevallen hoeven slechts twee consonanten van plaats te worden verwisseld.

Slechts eenmaal volgt de auteur een conjectuur. Dat is een tekstvoorstel dat geen steun vindt in de oude tekstgetuigen en wel in Micha 1:11. Daar leest de auteur niet ‘èrjāh-wôsjèth maar èrjāth-wôsjèth. De aanpassing is minimaal. Er staat dan letterlijk ‘naaktheid van schande’. Je moet dat dan vertalen als ‘schaamtevolle naaktheid’. Feitelijk hebben de Statenvertalers dezelfde keuze gemaakt.

*

De eenheid en authenticiteit van het boek Micha

Menig eigentijds oudtestamenticus betwist de eenheid van het boek Micha. Veelal is de achtergrond hiervan dat men de woorden van troost en hoop niet kan rijmen met de oordeelsprediking van de profeet. Meerderen schrijven alleen Micha 1-3 aan de profeet toe. De daarop volgende hoofdstukken zouden pas in de ballingschap of daarna zijn ontstaan. Soensken houdt vast aan de authenticiteit en eenheid van het boek Micha. Hij verwerpt de theologische vooronderstelling die ten grondslag ligt aan het betwisten daarvan. De boodschap van oordeel en van troost en hoop sluiten elkaar niet uit. Ook linguïstische argumenten voor een latere datering van Micha 4-7 zijn niet doorslaggevend.

De overtuiging van de eenheid van het boek Micha is verbonden met de visie op de structuur ervan. Overigens laat de auteur zien dat er meer dan één structuur is die kan worden verenigd met de eenheid van het boek Micha. Zo kan men uitgaan van de verdeling van Micha 1-2, 3-5 en 6-7 waarbij woorden van oordeel en hoop elkaar afwisselen.

Soensken kiest ervoor om het boek Micha in de volgende drie blokken te verdelen: 1-3, 4-5 en 6-7. Ook hij ziet dat sprake is van afwisseling van woorden van oordeel en hoop, maar meent dat deze soms op een meer minutieus niveau zichtbaar zijn dan in de andere zienswijze op de structuur van het boek. De hoofdstukken 2 en 3 waarin respectievelijk het oordeel over de rijken en de vorsten van Jeruzalem verwoord worden, zijn te nauw met elkaar verbonden om in afzonderlijke blokken te worden geplaatst. Hij noemt ook het woord ‘kwaad’ dat in alle drie de hoofdstukken voorkomt en ze zo met elkaar verbindt.

De auteur wijst erop dat Micha 4-7 de daaraan voorafgaande hoofdstukken niet tegenspreekt, maar aanvult. Belangrijke thema’s in Micha 4-5 zijn de volkeren, de rest van Sion en de heerschappij van de HEERE. Het accent op de volkeren onderscheidt deze hoofdstukken van de eerste drie. Kenmerkend voor Micha 6-7 is het gebruik van de eerste persoon bij de spreker. Er is sprake van dialogen tussen de HEERE en Zijn volk en tussen de HEERE en de profeet.

De profeet mag er zeker van zijn dat de HEERE, nadat Hij Sion heeft getuchtigd, Zich over haar zal ontfermen. Aan het einde van het boek wordt met de woorden ‘Wie is een God als Gij’? (Micha 7:18) gezinspeeld op de naam van de profeet, vermeld in Micha 1:1.

*

Slotopmerkingen

De profeet gebruikt meerdere literaire vormen om zijn boodschap over te brengen. We vinden klachten, twistgesprekken, dialogen. Het slot van het boek (Micha 7:18-20 imiteert vormen van de tempelliturgie. We weten weinig over de persoon van Micha. Hij was afkomstig uit Moresjeth-Gath. Hoewel de profeet geen inwoner van Jeruzalem was, is vooral het hoofdstuk van Juda de focus van zijn profetieën.

Het feit dat de profeet voorzegt dat men in de toekomst weer in Gilead en Basan zal weiden, doet vermoeden dat deze profetie na 732 vóór Chr. is uitgesproken. In dat jaar werden deze gebieden door Assyrië geannexeerd. De profetie tegen Samaria moet vóór haar verwoesting in 722 vóór Chr. zijn uitgesproken. De andere profetieën moeten allen ergens tussen 722 en 701 vóór Chr. zijn uitge-sproken. In dat jaar ontkwam Jeruzalem ternauwernood aan de dreiging van Assyrië.

Soensken verwerpt zeer terecht de zienswijze dat profetieën van herstel pas uitgesproken zijn nadat het herstel metterdaad plaatsvond (vaticinium ex eventu). Hoewel Jeruzalem de verwoesting door Assyrië ontging, is op basis van de profetieën van Micha duidelijk dat die verwoesting alsnog zou komen. Maar vooral zouden de beloften van de Messias en Zijn rijk hun vervulling niet missen.

Naast Micha 7:6 wordt Micha 5:1 in het Nieuwe Testament geciteerd. Vooral dit citaat is, zoals ik in het begin al aangaf, bekend. Soensken wijst erop dat de Griekse tekst van Mat. 1:6 noch exact de Hebreeuwse masoretische tekst noch die van de Septuaginta volgt, maar dat zij wel recht doet aan de boodschap van de oorspronkelijke woorden. De auteur besluit dat de verlossing waarover Micha spreekt tenslotte door het kruis van Christus tot stand is gebracht. Samenvattend: de auteur schreef een heel mooi, grondig en ook toegankelijk commentaar, terwijl zij die Hebreeuws beheersen, hun winst kunnen doen met de filologische rubriek.

Jason R. Soenksen, Micah, Condordia Commentary (St. Louis: Concordia Publishing House, 2020), hardcover 743 pp., $59,99 (ISBN 9780758616005)

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s