Waar woont God?

Als een predikant op catechisatie vraagt: ‘Waar woont God?’ is dat voor zijn catechisanten geen moeilijke vraag. Dan zal iedereen zonder aarzelen antwoorden: ‘in de hemel’. Wellicht merkt een schrandere catechisant naar aanleiding van het gebed van Salomo op dat zelfs de hemel der hemelen of de allerhoogste hemel God niet kan bevatten. Terecht staat in de Geloofsbelijdenis van Nicea dat God de Schepper is niet alleen van de zienlijke maar ook van de onzienlijke dingen. Uiteindelijk is ook de hemel, als de voor ons onzichtbare woonplaats van God, door Hem geschapen. God gaat als Schepper ook boven de hemel uit.

Nooit zal ik vergeten dat ds. A. de Waard (1923-1983) van wie ik op de middelbare school catechisatie kreeg in een les vertelde dat eens een meisje op de zondagsschool op die vraag had geantwoord: ‘Bij ons thuis’. De anderen waren om dit antwoord hard gaan lachen. De zondagschoolmeester die de vraag had gesteld, zag dit anders. Hij begreep wel dat er iets zat achter dat, naar het voorkwam, zo wonderlijke antwoord. Het bewuste meisje was enig kind van ouders die op wat latere leeftijd waren getrouwd en van wie het huwelijk toch nog met de kinderzegen was bekroond.

De zondagschoolmeester vroeg het meisje het antwoord toe te lichten. Zij zei: ‘Mijn papa en mama hebben elkaar lief maar zij hebben nog meer de HEERE lief. Zij hebben Hem lief, omdat Hij hen liefheeft en ook ik heb de HEERE lief gekregen en er staat in Psalm 133:

Waar liefde woont, gebiedt de HEER’ den zegen:
Daar woont Hij Zelf, daar wordt Zijn heil verkregen,
En ’t leven tot in eeuwigheid.

U zult kunnen aanvoelen dat de zondagschoolmeester blij was met dit antwoord en dat de anderen begrepen dat zij dit meisje ten onrechte hadden uitgelachen. Ouders kunnen hun kinderen geen grotere dienst bewijzen dan hen op te voeden in de vreze des HEEREN. Dan gaat het niet alleen om wat zij zeggen maar ook om wat zij doen. Heel verdrietig is als ouders aan hun kinderen wel rechtzinnige opvattingen proberen over te dragen maar de liefde tot God en tot elkaar ontbreekt.

Een goed huwelijk is een huwelijk waarin ouders elkaar liefhebben. In een christelijk huwelijk gaat de liefde van man en vrouw tot God boven de liefde tot elkaar uit maar ze kan er nooit van worden losgemaakt. Een goed huwelijk is nog geen christelijk huwelijk maar een echt christelijk huwelijk is hoe dan ook een goed huwelijk. Voor alle duidelijkheid wijs ik erop dat er geen volmaakt huwelijk bestaat. Ook als man en vrouw beiden de HEERE kennen, dragen zij toch het beeld van Christus maar ten dele en moeten zij telkens weer leren ook in de omgang met elkaar zichzelf te verloochenen.

Naast het onderwijzen van hun kind of hun kinderen in de vreze des HEEREN kunnen ouders hun kinderen de beste dienst bewijzen die er is door echt van elkaar te houden. Dat voelen kinderen aan. De herinnering eraan zal hen altijd bijblijven ook als hun ouders zijn gestorven. Wij hadden een vader en moeder die van elkaar hielden. En wat een zegen is het als die ouders ook godvrezende ouders waren.

Ouders kunnen hun kinderen niet het levende geloof en de waarachtige bekering tot God geven, zoals ook predikanten dat niet kunnen als het gaat om hun gemeenteleden. Als ouders echt de HEERE liefhebben zal het wel hun gebed zijn of de HEERE dat Zelf wil doen, zoals een predikant die Jezus liefheeft dat voor zijn gemeenteleden vraagt. En dan mogen we weten dat de HEERE de eeuwen door bijbels onderwijs dat gepaard ging met een godzalige wandel heeft willen zegenen. Dat geldt voor predikanten. Dat geldt ook voor ouders. Juist dan kan het gebeuren dat kinderen al heel jong de HEERE leren kennen en liefhebben. Want God gebruikt mensen en middelen om geloof en bekering te werken. Dan kan Luther zeggen dat ouders de handen van God zijn. Het meisje dat op zondagschool het antwoord gaf dat God bij hen thuis woonde, had kennelijk zulke ouders en zij had het ook opgemerkt en het was haar tot zegen geworden.

Plaats een reactie