Een gedicht van Jacobus Revius (1586-1658) over aanvechting

Jacobus Revius was één van de revisoren van de Statenvertaling. Evenals de andere Statenvertalers kan hij niet tot de stroming van de Nadere Reformatie worden gerekend. Dat hij echter wel een man was die wist van geloofservaring en bevinding, blijkt heel duidelijk uit het volgende gedicht. De inhoud van dit gedicht kan en mag ook nu nog aangevochten christenen tot troost zijn.

Ik heb om Uw genade, o grote God, gebeden,

Maar och! Gij hebt ze mij in mijne druk ontzeid.

Ik heb geroepen om Uw milde goedigheid,

Maar heb ze niet gevoeld in mijn ellendigheden.

*

Ik heb om Uwe liefd’ geworsteld en gestreden,

Maar hebbe tevergeefs daar lange naar gebeid.

Ik hebbe vaak gezocht Uw mededogendheid,

Maar en verneem ze niet tot op de dag van heden.

*

Hoe licht kon Uw gena bekeren mijn gemoed,

Uw liefd’ en goedigheid mij trekken tot het goed’,

Uw mededogendheid van ’t kwade mij bevrijden.

*

Eilaas! Wat zeg ik Heer! Dewijl mijn harte tracht

Naar Uwe zoetigheid, zo hééft daarin gewracht

Uw goedheid, Uw gena, Uw liefd’, Uw medelijden.

Beiden naar = wachten op

Gewracht > wrochten = werken]

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s