Wat is (hersteld) hervormd? (1)

Gezond hervormd zijn betekent dat er een hartelijke verbondenheid is aan de gereformeerde leer

Zowel het ND als RD gaven enige tijd aandacht aan die vraag. Daarbij klonk het meest authentiek hervormde geluid uit Nederhemert. Daar is de Hersteld Hervormde Gemeente nog echt de volkskerk. Men heeft niet alleen aandacht voor belijdende leden maar ook voor niet-belijdende leden en daarnaast nog voor dorpsgenoten die nooit naar de kerk gaan. Het deed mij denken aan de houding van ouderling Harmen Biezepol uit Rotterdam. Hij zat in de kerkenraad van de Maranathakerk.

Als student legde ik samen met hem huisbezoeken af. We bezochten niet alleen belijdende en niet-belijdende leden van de Hervormde Kerk maar ook mensen die geen kerkelijk onderdak hadden. Dan ging het om thuislezers die onderling ook weer verschillend waren. ‘Ook deze mensen horen bij de kerk’, zo zei Biezepol, ‘en omdat niemand naar hen omziet doen wij het. Want God Zelf ziet ook naar deze mensen om.’

De Hervormde Kerk is hier in Nederland de ene heilige, katholieke kerk op Nederlandse bodem. Zoals dat voor de Kerk van Schotland in Schotland geldt en de Kerk van Engeland in Engeland. Beide kerken hebben het woord ‘reformed’ niet in hun naam maar historisch gezien zijn het wel hervormde of gereformeerde kerken.

Bij bijbels hervormd denken en hervormd denken dat gestempeld is door de gereformeerde belijdenis hoort het besef dat de kerk in haar feitelijke gestalte nooit helemaal is wat zij zou moeten zijn. Soms is het verschil heel groot. Daarom ontstond er al in de zeventiende eeuw binnen de Kerk van Nederland de beweging van de Nadere Reformatie. Men wenste dat de beleden leer echt door predikanten, ambtsdragers en gemeenteleden innerlijk werd doorleefd en het leven ging stempelen. Dat was lang niet altijd het geval.

Ik wil niet beweren dat alleen de vertegenwoordigers van de Nadere Reformatie getrouw waren in hun ambtsbediening. Geen van de Statenvertalers en van de revisoren van de Statenvertaling kan tot de Nadere Reformatie worden gerekend. Wie de werken van een man als Willem Baudartius, een van de vertalers van het Oude Testament, leest en de gedichten van Jacobus Revius, een van de revisoren van de Statenvertaling, bemerkt dat zij godvruchtige mannen waren.

Gezond hervormd zijn betekent dat er een hartelijke verbondenheid is aan de gereformeerde leer van zonde en genade maar ook dat er ruimte is voor diversiteit en verschillende accenten. Zo legde op de bekende Dordtse synode van 1618-1619 de ene vertegenwoordiger andere accenten dan de ander maar samen konden zij zich vinden in de Dordtse Leerregels.

*

Het verval van de Hervormde Kerk

In de achttiende eeuw begon het leerverval. Dat zette in de negentiende eeuw door en breidde steeds meer uit. Dat verklaart dat groepen gereformeerde belijders de Hervormde Kerk verlieten en zo ontstonden de afgescheiden kerken. Toch bleven gereformeerde belijders de Hervormde Kerk trouw. Zij wensten en baden dat God Zelf de Hervormde Kerk uit haar diepe val zou oprichten. Toen in 1906 de Gereformeerde Bond werd opgericht, kwamen deze woorden ook in de onveranderlijke statuten terecht.

Zelf ben ik nooit lid geweest van de Gereformeerde Bond, en evenmin heb ik mij bij de beweging rond het blad Het gekrookte riet gevoegd, maar wel heb ik altijd de Hervormde Kerk gediend omdat ik mij hartelijk kon vinden in haar belijdenis en ook in de wetenschap dat de HEERE nog altijd in deze kerk werkt maar niet minder nog altijd hervormd moet worden. Die noodzaak is met 2004 niet verdwenen.

Wij zijn kerkelijk en maatschappelijk in een heel andere situatie terechtgekomen dan vorige generaties. Nederland is een zeer geseculariseerd land geworden. Dat merken leden van welke kerk ook. Wereldgelijkvormigheid doortrekt helaas alle kerken en theologische ontwikkelingen die zich in mijn jeugd in de Gereformeerde Kerken en in het midden van de Hervormde Kerk voltrokken, vinden nu voet aan de grond in kerken die in onze tijd bij de gereformeerde gezindte worden gerekend. Ik gebruik deze formulering, want in mijn jeugd werden de Gereformeerde Kerken als geheel en ook nog een aanzienlijk deel van de confessionele gemeente in de Hervormde Kerk tot de gereformeerde gezindte gerekend. Toen begon bij de Gereformeerde Bond en de Christelijke Gereformeerde Kerken de rechterkant van de gereformeerde gezindte.

*

De prediking van Jezus Christus als de volkomen Zaligmaker

Echt hervormd zijn, wil allereerst zeggen dat wij zonder reserve buigen voor de Bijbel als de stem van de levende God en ons ondubbelzinnig en onbekrompen aan de gehele gereformeerde belijdenis willen binden. Dat betekent dat wij wensen dat vanaf elke kansel – en dan niet alleen die van de (Hersteld) Hervormde Kerk maar ook vanaf andere kansels – de Heere Jezus Christus als volkomen Zaligmaker wordt gepredikt. Dat overal de oproep klinkt tot bekering en geloof en dat in de prediking ontvouwd wordt wat er in Christus te vinden is voor allen die in Hem worden ingeplant.

We weten dat deze boodschap niet overal klinkt en waar zij wel klinkt, klinkt zij in het ene geval toch helderder en dieper dan in het andere geval. Ook geldt dat lang niet allen die deze boodschap horen die ook echt ter harte nemen. In een echt hervormde prediking wordt recht gedaan aan het feit dat Hervormde Gemeenten niet alleen levende maar ook dode leden kennen. Daarom is er voor iedereen ook zelfonderzoek nodig. Dat zelfonderzoek betreft in eerste instantie hen die belijden Christus deelachtig te zijn. Kan die belijdenis de toetssteen van de Schrift doorstaan? Zo niet dan geldt de oproep: ‘Zie, Ik sta aan de deur, en Ik klop; indien iemand Mijn stem zal horen, en de deur opendoen, Ik zal tot hem inkomen, en Ik zal met hem avondmaal houden, en hij met Mij.’ (Openbaring 3:20)

*

De noodzaak van zelfonderzoek voor allen inclusief ambtsdragers

Bij echt hervormd zijn hoort, zoals ik al aangaf, dat wij overtuigd zijn van de noodzaak van zelfonderzoek en zonder over elkaars hart te oordelen aan elkaar vragen of wij een pelgrim zijn op reis naar een beter vaderland. Die vraag mag en moet ook aan ambtsdragers inclusief predikanten worden gesteld. Immers: de Schrift leert ons dat in alle geledingen van de kerk levende en dode leden voorkomen. Judas was een van de apostelen en Demas was een medewerker van Paulus maar beiden leden schipbreuk van het geloof.

Ik begreep onlangs dat het een (hersteld) hervormd predikant overviel toen een gemeentelid aan hem vroeg wat hijzelf kende van datgene wat wordt verwoord in het lied Het wachtwoord der hervormers. Hoe was hijzelf van een vreemdeling van God en zijn eigen hart iemand geworden die alleen roemde in het kruis. Zo’n vraag moet kunnen leiden. Als een predikant dat mag vragen aan een gemeentelid, dan mag een gemeentelid het ook vragen aan een predikant.

De eeuwen door zijn er in de Hervormde Kerk predikanten tot bekering gekomen. Dat geldt trouwens ook voor de Kerk van Schotland en de Kerk van Engeland. In de Hervormde Kerk gaat het, als we ons beperken tot de negentiende en de eerste helft van de twintigste eeuw, om tientallen predikanten. Ik noem er slechts enkelen: ds. A.P.A. du Cloux, ds. H.D. Bax, ds. H.A. Leenmans, ds. D.Th. Keck, ds. E. van Meer en ds. Jac. van Dijk die na zijn bekering onder anderen de gemeenten van Putten, Garderen en Nijkerk heeft gediend.

Ik kan ook Abraham Kuyper noemen. Hij heeft de Hervormde Kerk verlaten en werd gezien zijn visie dat we alleen mogen dopen op grond van vooronderstelde wedergeboorte een verdacht theoloog. Toch geef ik graag iets over hem door. Kuyper die uit een gematigd orthodox predikantsgezin kwam, werd in zijn studententijd vrijzinnig. Mede door het lezen van een Engelse roman wendde hij zich van de vrijzinnigheid af en werd hij een vertegenwoordiger van de ethische theologie. Deze stroming hield wel vast aan de centrale waarheden van de Bijbel maar aanvaardde in principe de Schriftkritiek en kon zich niet zonder reserve vinden in de gereformeerde belijdenis. Zo begon Kuyper zijn ambtelijke bediening in Beesd.

Degenen die de gereformeerde waarheid van zonde en genade wensten te horen, gaf hij in zijn preken geen voedsel. Meerdere gemeenteleden van de Hervormde Gemeente van Beesd gingen daarom niet naar de kerk maar lazen thuis de preken van de oudvaders. Dat gold onder anderen voor de molenaarsdochter, Pietje Baltus. Het siert Kuyper dat hij deze mensen opzocht. Hij werd getroffen door het feit dat hij bij deze eenvoudige mensen de geestelijke taal van Calvijn hoorde, al was het in een ander taalkleed.

Bij zijn eerste ontmoeting met Pietje Baltus gaf zij een eerlijk antwoord op zijn vraag waarom zij niet bij hem kerkte. Zijn preken waren volgens Pietje net als de kunstworsten bij de slager, mooi om te zien maar er zat reuk noch smaak aan. Toen Kuyper haar aan het einde van het gesprek een hand wilde geven, zei ze dat zij hem gezien zijn prediking geen hand kon geven als dienstknecht van Christus. Kuyper vroeg of hij dan als mens een hand kon krijgen en die gaf Pietje. Of je het bij het laatste helemaal als Pietje aan moet pakken betwijfel ik, maar dat terzijde.

Zeker is dat Kuyper Pietje Baltus en andere thuislezers is blijven opzoeken. Ik vraag mij af hoeveel predikanten uit de gereformeerde gezindte dat Kuyper nadoen als zij te woord worden gestaan zoals Pietje Baltus Kuyper te woord stond. Dit is een zijde van Kuyper die vaak te weinig wordt belicht. Zeker is ook dat nadat bij Kuyper zich een wending naar de leer van genade voltrok deze thuislezers bij Kuyper gingen kerken. Pietje Baltus is tot haar dood toe hervormd gebleven en na het vertrek van Kuyper uit Beesd las zij opnieuw veelal thuis een preek en kwam zij slechts zo nu en dan naar de kerk. Bij de realiteit van de geestelijke omkeer van Kuyper heeft zij in onderscheid van anderen nooit vragen gesteld.

Ik geef nog door wat een dame – van ouders die ook aanvankelijk thuis preken lazen toen Kuyper in Beesd stond – na zijn dood aan zijn dochters schreef: ‘Uw Vader kwam in Beesd dikwijls bij mijn ouders aan huis, waar hij de Gereformeerde Waarheid leerde kennen. Hoewel ik nog een klein meisje was, herinner ik mij dat zeer goed. Toen hij naar Utrecht vertrok in het jaar 1867, kwam hij bij mijn ouders afscheid nemen. En toen hij allen goededag gezegd had, en stond om heen te gaan, wendde hij zich tot mij en, legde zijn hand op mijn hoofd en zei: ‘Kind, zal je vroeg den Heere Jezus zoeken? Ik heb Hem niet gezocht. Maar Hij heeft mij gezocht en gevonden.’

Hoe dan ook zijn er meerdere hervormde predikanten door gesprekken met gemeenteleden en op gebed van gemeenteleden tot bekering gekomen. Ik zeg niet dat er in de kerken buiten de Hervormde Kerk nooit predikanten tot bekering zijn gekomen en toch is dat minder het geval. Je kunt zeggen: daar waren zij allemaal al bekeerd. Het percentage kan hoger of zelfs veel hoger zijn geweest maar bezwaarlijk wordt het als mensen gaan beweren van hun kerkverband: ‘Al onze predikanten zijn bekeerd.’ Dan valt te vrezen dat daar nooit een predikant tot bekering komt.

Er zijn dus predikanten in hun bediening tot bekering gekomen. Anderen zijn in de loop van hun bediening verdiept. Ds. J.W Felix, de vader van het Friese Reveil, heeft meer dan eens gezegd dat zijn eerste gemeente zijn tweede academie werd. Dan dacht hij aan wat hij mocht leren van kinderen van God die hij zowel binnen als buiten de gemeente die hij diende tegenkwam. Zelf denk ik in dit verband aan de weleerwaarde heer M. de Vos, die jaren hulpprediker is geweest. Tijdens zijn studie tot hulprediker kwam hij tot bekering. Hij ging al meer dan 20 jaar voor toen er een kennelijke verdieping bij hem plaatsvond. In zijn geval waren het contacten met christelijk gereformeerde streekgenoten die God daarvoor wilde gebruiken.

Ook een predikant bedreigt het gevaar van verachtering in de genade. Dan zijn er voorbeelden van predikanten die veelbelovend begonnen. Zij eindigden niet echt verkeerd, maar in de loop van de jaren werd hun prediking minder krachtig, indringend en bevindelijk.

*

Het gebed van gemeenteleden voor predikanten

Wat is het belangrijk dat gemeenteleden voor predikanten bidden. Of de Heere ook predikanten wil bekeren, of Hij hen getrouw wil maken, getrouw wil houden, hen meer licht wil schenken enz. Al deze dingen horen bij het echt hervormd zijn en krijgen of houden als het goed is een plaats in ons denken, spreken en handelen. Dan is het ook goed te weten dat een gebrekkige prediking nog geen valse prediking is.

Dat wil ik aan de hand van het volgende aan het slot van deze bijdrage duidelijk maken. Nog ver voor 2004 kwam ik in contact met een christen die jarenlang had gekerkt in een Hervormde Gemeente die toen tot het midden van de Gereformeerde Bond werd gerekend. In die tijd was een uiterlijk kenmerk van zo’n gemeente dat men in de dienst alleen Psalmen zong. Op gemeenten helemaal aan de linkerkant na, klonk in deze gemeenten de boodschap van de ene Naam, de twee wegen en drie stukken.

In de bewuste gemeente was dat ook het geval. Alleen de christen over wie ik het had, miste in de prediking de kracht en diepgang zoals je die vindt bij de Erskines en Kohlbrugge. Hij noemde mij ook de naam van ds. C.B. Holland die in de Hervormde Gemeente van Putten met emeritaat ging. Toen de gemeente waarin deze vriend kerkte vacant werd, had hij gesmeekt of er een predikant mocht komen die verder ging dan de vorige. Nadat er een predikant was gekomen, bleek al spoedig dat deze hoop ongegrond was. Toen de nieuwe predikant er ongeveer een jaar stond, besloot de bewuste vriend een gesprek met hem aan te vragen om het een en ander te benoemen. Hij zag er wel tegen op. Hoe zeg je het op de goede manier? En: Hoe valt dit?

Het gesprek kwam tot stand en de vriend over wie ik het heb, gaf aan dat de prediking getrouw was en hij daarbij geen vragen had. Maar dat hij toch kracht en diepgang miste. Het bleef zo aan de oppervlakte. Toen hij de dominee vroeg of hij deze kritiek begreep en kon plaatsen, kreeg hij een wel heel opmerkelijke reactie.

De predikant werd niet kwaad. Het tegendeel was het geval. Met tranen in zijn ogen zei hij dat hij de kritiek kon billijken en dat het ook voor hemzelf een worsteling was dat hij Christus nog zo weinig echt kon uitschilderen. Hij vroeg aan zijn gemeentelid: ‘Wil je voor mij bidden en blijven bidden?’ Toen deze vriend dit mij vertelde was hij allang verhuisd en was dit al weer jaren geleden. Hij zei mij wel: ‘Toen ik deze reactie had gehoord, had ik minder moeite met het feit dat de prediking niet zo diep was, juist omdat de predikant zelf er moeite mee had.’

Plaats een reactie