Hoe God Zijn genade aan William Cowper (1731-1800) bewees

God is in het leven van de Engelse christen Wiliam Cowper diepe en onbegrepen wegen gegaan. Hij kwam in een depressie tot bekering, maar telkens opnieuw sloegen ook daarna depressieve gedachten in zijn leven toe. God is, om de woorden van Cowper zelf te gebrui­ken, in zijn leven een ongekende gang vol duist’re majesteit gegaan. Cowper, die telkens op­nieuw diep werd aangevochten, heeft ont-roerend over het kruis van Christus en de trouw van God gezongen. Juist zo mag hij nog altijd van grote betekenis zijn voor de kerk van God.

Nadat hij maatschappelijk helemaal vast was gelopen, probeerde hij rust voor zichzelf te vinden. Hij vond die rust echter niet. Voor het eerst in zijn leven werd hij diep overtuigd van zonde. In deze tijd maakte Cowper het gedicht Hatred and Vengeance. De beginstrofe daarvan luidt:

Hatred and Vengeance, my eternal portion

Scarce can endure delay of execution

Wait, with impatient readiness, to seize my

Soul in a moment

En toen was het de tijd dat de Heere ging werken. Cowper is dan 32 jaar oud. Cowper schreef: ‘Ik werd overtuigd van mijn zonde, met name van de zonde die ik had bedreven. Ik zag haar in zulke helle kleuren, dat ik mijzelf verfoeide op een onzegbaar diepe wijze. Een gevoel van Gods toorn, en een die­pe wanhoop om daar aan te ontkomen, bleef me gedurig achtervolgen.’

Niet alleen psychisch maar ook lichamelijk stortte Cowper hoe langer hoe meer in. Hij vreesde de zonde tegen de Heilige Geest te hebben begaan. In deze omstandigheden schreef hij een brief naar zijn broer John, die in Cambridge theologie studeerde en als fellow aan Bennett College was ver-bonden. Zijn broer kwam naar Londen, maar bleek niet in staat hem te troosten. Theologisch was zijn broer sterk liberaal.

Ten einde raad vroeg William aan John, zijn neef Martin Madan, die als predikant aan het Lock Hospital was verbonden, voor hem op te zoeken en bij hem te ontbieden. Ongetwijfeld hij heeft daarvoor zijn redenen gehad. Martin Madan was een evangelical van calvinistische overtuiging. Hij was tot bekering gekomen onder een preek van John Wesley. Aangespoord door vrienden met wie hij in een koffiehuis zat was hij onder het gehoor van Wesley gekomen met de bedoeling diens toespraak en manieren tot vermaak van zijn vrienden te herhalen. Juist toen hij het gebouw binnenkwam waar Wesley preekte, noemde deze zijn tekst, namelijk: ‘Schik u, o Israël, om uw God te ontmoeten.’ Dit trof Madan in het hart.

Naar Cowpers getuigenis had hij Madan tot dusver als een fanaticus (enthusiast) gezien. Nu scheen het hem toe dat er als er nog balsem in Gilead voor hem was, Madan de aangewezen persoon zou zijn, om die hem toe te dienen. Bij zijn neef gekomen sprak Madan met hem over de erfzonde, over de noodzaak van een levend geloof in de Heere Jezus Christus, over de rechtvaardiging door het geloof en de algenoegzaamheid van het bloed van Christus. Madan zorgde ervoor dat Cowper kamers kon betrekken in een huis dat grensde aan het zijne. Zo kon hij de weg van zaligheid uitvoeriger met Cowper bespreken. Voor Cowper brachten deze gesprekken verlichting. Soms was het voor hem alsof zijn zaligheid heel nabij was.

Toch zou hij nog door een diep dal moeten gaan. Cowper dronk in wat hem over Christus ver­teld werd, maar kon niet geloven dat er voor hem nog vergeving was. Bij hem vatte de over­tuiging post dat hij tot de verworpenen behoorde en dat hij nimmer ontferming zou vinden. Cowper raakte de controle over zichzelf volledig kwijt. Kennelijk werd hij psychotisch. Zijn broer John en neef Martin Madan kwamen tot de conclusie dat de enige weg die overbleef was dat Cowper opgenomen werd in een psychia-trische kliniek. Zij kozen voor het Collegium Insanorum van dr. Nathanael Cotton in St. Albans.

Een betere keuze was nauwelijks mogelijk. Cotton was niet alleen een bekwaam arts, maar ook een oprecht christen. Het was aan het eind van 1763 dat hij zijn werk bij het advocatenkantoor van Chapman stopte en naar de kliniek in St. Albans ging. Het verblijf daar werd voor hem niet alleen psychisch maar ook geestelijk gezegend. In de zomer van 1764 vond hij in deze kliniek vrede met God. Hoe dat gebeurd is, heeft hijzelf beschreven en ik geef het hierbij door.

‘Een paar dagen na mijn aankomst in St. Albans had ik het Woord van God terzijde gelegd als een boek waaraan ik toch geen belang of deel had. De enige keer waarvan ik mij kan herinneren dat ik een geheel hoofdstuk las was ongeveer twee maanden vóór mijn herstel. Toen ik een Bijbel vond op een bank in de tuin sloeg ik die open bij het elfde hoofdstuk van het evangelie naar de beschrijving van Johannes, waar de opwekking uit de doden van Lazarus wordt beschreven, en ik zag zoveel wel-willendheid, ontferming, goedheid en medelijden met deze man in het optreden van onze Zaligmaker dat ik bijna tranen schreide. Weinig dacht ik eraan dat het een exacte afbeelding was van de ont-ferming waarmee Christus op het punt stond Zich over mij te ontfermen (…)

Meer en meer groeide de overtuiging in mij dat ik niet volledig tot het verderf was gedoemd. De weg van zaligheid was echter nog verborgen voor mij ogen en ik zag die niet helderder dan vóór mijn ziekte. Ik dacht slechts dat ik, als het God behaagde mij te spa­ren, een beter leven zou gaan leiden en dat ik wellicht de hel kon ontgaan door het be­trachten van mijn religieuze plichten. Zo kan de schrik des Heeren ons wel een farizeeër maken, maar alleen de zoete stem van ontferming geopenbaard in het evangelie kan ons een christen maken.

Nu was echter de gelukkige periode aangebroken dat mijn banden werden verbroken en mij een duidelijke opening in de vrije ontferming Gods in Christus werd ver­leend. Ik ging op een stoel dicht bij het raam zitten en toen ik daar een Bijbel zag, greep ik er op­nieuw naar om daarin troost en onderwijs te vinden. Het eerste vers dat ik zag was Ro­meinen 3 vers 25: ‘Welken God voorgesteld heeft tot een verzoening, door het geloof in Zijn bloed, tot een be­toning van Zijn rechtvaardigheid, door de ver-geving der zonden, die te voren geschied zijn onder de verdraagzaamheid Gods.’

Onmiddellijk ontving ik kracht om deze woorden te gelo­ven en de volle stralen van de Zon der gerechtigheid beschenen mij. Ik zag de genoeg­zaam­heid van de verzoening die Hij tot stand had gebracht, de vergeving van mijn zonden ver­zegeld in Zijn bloed en al de volheid en volkomenheid van de rechtvaardiging door het geloof in Hem. In één moment geloofde ik en omhelsde ik het evangelie.

Alles dat mijn vriend Madan mij tevoren gezegd had werd verlevendigd in al zijn klaarheid in de betoning van de Heilige Geest en in kracht. Als de arm van de Almachtige niet onder mij was geweest zou ik gestorven zijn van dankbaarheid en vreugde. Terwijl mijn ogen zich vulden met tranen en mijn stem stokte, kon ik slechts in stil ontzag naar de hemel kijken overweldigd door liefde en verwon-dering. Het werk van de Heilige Geest kan het best in Diens eigen woorden worden beschreven. Het is een onuitsprekelijke en heerlijke vreugde.’

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s